nieuws

Organisatie leermiddelen BWI

2 november 2016

In een serie artikelen geeft het Platform een kijkje in de keuken van de leermiddelen ontwikkeling. In dit artikel vertelt overall projectleider Henk Cornelisse wat er achter de schermen gebeurt.Henk Cornelisse

Wat is jouw functie en hoe past die bij de rol van overall-projectleider leermiddelen BWI?
Ik werk momenteel als ontwikkelspecialist binnen Concreet Onderwijsproducten en was daarvoor uitgever bij Fundeon. Toen de directieleden van de drie (toenmalige) kenniscentra Fundeon, Savantis en SH&M in 2013 de opdracht kregen tot ontwikkeling van de BWI-vmbo leermiddelen, ben ik aangesteld als overall-projectleider.

Vanaf het allereerste begin ben ik met de opdrachtgever, het Platform vmbo BWI, aan de slag gegaan. Ik ben betrokken bij het opstellen van het projectplan en de begroting. Maar ook bij de te maken keuzes over wat en hoe er ontwikkeld wordt, zoals het didactisch model en de concrete uitwerking in de leermiddelen (met alles zijn we immers vanaf 0 begonnen). Ook overleg ik met de opdrachtgever over de begroting en voortgang van het ontwikkeltraject en voorzie ik Klantsupport van informatie.

De exploitatie valt onder de verantwoordelijkheid van het Platform, maar ik bespreek met het Platform zaken die te maken hebben met het ‘aanbieden’ van de theorie via BWInet, het printen, leveren en factureren van de leermiddelen. Als overall-projectleider ben je dan vooral de bewaker en adviseur. Het zijn allemaal processen die bijdragen aan een goed product.

Wie zijn al die partijen waar je het over hebt?
Er is veel tijd geïnvesteerd in afstemming, afstemming en afstemming . . . met het Platform en de drie projectleiders van de kenniscentra. Belangrijk daarbij was de uniformiteit van de producten. Uiteraard zijn de scholen en docenten de belangrijkste partij om mee samen te werken: presentaties op de Landelijke Studiedag, in de regio en op scholen maakten dat de betrokkenheid van scholen optimaal is. De samenwerking met de regiocoördinatoren en landelijk coördinator was hierbij cruciaal, alsook met de communicatiewerkgroep. En vanzelfsprekend moet het bestuur van het Platform goed geïnformeerd en betrokken blijven.

Hoe is het proces van begin tot nu toe verlopen?
Het is een groot project waarbij lange adem vereist is. Veel beren en hobbels op de weg zijn nu omgelegd. Dat is best spannend geweest. Vooral het zoeken naar degelijke financiering was een lange weg. Maar we zijn doorgegaan en hebben de hindernissen weten te weerleggen. Eén van de projectleiders, Ejanne Lijftogt, verzuchtte eens: ‘het is geen ingewikkeld, maar een bijzonder project . . .‘ .

Alle kenniscentra hadden te maken met veranderingen en hun grote organisaties zijn tot klein terug gebracht. Daarnaast moesten drie verschillende ontwikkelomgevingen in één nieuw geheel gepresenteerd worden. Het is een succesvol project geworden en gebleven, veel groter en met meer participanten dan verwacht. Het geloof van de scholen en de sector in het project maken dat de energie er niet voor niets ingestoken is.

Noem eens een paar knelpunten?
In zijn algemeenheid kan ik stellen dat het ‘verdwijnen’ van Fundeon en de opstart van Concreet Onderwijsproducten qua timing erg onhandig was. Net op het moment dat de projectleiders bezig waren de laatste hand te leggen aan de oplevering van de eerste vier keuzevakken, moest het hele logistieke proces van bestellen, printen, leveren en factureren opnieuw worden ingeregeld. Ook waren er veranderingen in de personele bezetting van Klantsupport. Maximale inzet van hen heeft er toe geleid dat de meeste scholen op tijd en goed aan de slag konden.

Wat zijn de hoogtepunten?
Dat is wat mij betreft de kick off in het Bouwhuis te Zoetermeer. Dat gaf een doorbraak, het werd allemaal concreet en er was een grote opkomst. Maar ook Landelijke Studiedagen mogen niet ongenoemd blijven. De workshops zaten bomvol en er was een sterke interactie. Wat ook heel goed is, is het ongelooflijk grote aantal scholen dat vertrouwen heeft in de producten van het Platform. En ook de samenwerking tussen de ontwikkelpartijen wil ik hier noemen.

Is er voldoende respons van docenten om inhoudelijk verder te kunnen met de ontwikkeling?
De inhoudelijke kennis van de projectleiders is prima, maar de input van de docenten tijdens klankbordbijeenkomsten is onmisbaar. Zij zijn het die uiteindelijk weten op welke manier leerlingen de leermiddelen gebruiken. Nauwe betrokkenheid van docenten is en blijft welkom.

De komende periode zal er door het Platform ook gevraagd worden naar verbeterpunten in de tot nu toe ontwikkelde leermiddelen. Uiteraard zal er dan een afweging moeten worden gemaakt tussen wat moet en wat zou leuk zijn om aan te passen.

Wat wens je BWI voor de toekomst?
Het allerbelangrijkst is dat het BWI-onderwijs bijdraagt aan goed voorbereid en geschoold personeel voor de sector. Met de ontwikkelde leermiddelen willen wij daaraan bijdragen. Docenten en (voldoende!) leerlingen boeien, dat is wat ik wens!